Volkskrant op bezoek

 

De oprichter en directeur van Pyrofoor de Amsterdam raakte al vier vrienden kwijt aan vuurwerkongelukken. Als gemeenten het gevaar te lijf gaan met eigen shows tijdens de jaarwisseling, zou hij 'daar best aan mee willen doen'. Simon Lenskens van de Volkskrant ging met Pyrofoor mee naar Qlimax .

In de Gelredome doet het publiek van 30 duizend koppen de eerste pogingen zijn remmingen af te schudden. Duizenden schudden hun armen in de lucht op het ritme van de bassen. Doeng doeng doeng doeng, 150 beats per minuut. Qlimax, Nederlands grootste hardstyle-evenement, is begonnen.
Bij Jasper Borsboom is geen sprake van controleverlies. Op het platform voor de technici, achter in het stadion, kijkt hij geconcentreerd naar zijn computerscherm. Via een headset praat hij met een collega die honderd meter verderop achter het podium staat. 'Nog één minuut', zegt hij in zijn microfoontje. En even later: 'Over twintig seconden de fonteinen. Staan de danseressen ver genoeg?' Kennelijk wel, want hij knikt tegen de stem in zijn oor en leunt achterover. 

Dan, 23.00 uur precies, drukt hij op de knop van zijn laptop, en daar gaan ze, in een vlijmscherp voorgeprogrammeerde choreografie: vuurwerkfonteinen, allemaal exact gelijk, één seconde. Dan de zilverfontijnen, 23 seconden. Dan een krans van meterslange vlammen die het podium veranderen in een gigantische pauwenstaart. Verder met vuurbollen, zeker een meter in doorsnee, een stuk of tien tegelijk, die in het ritme van de beukende muziek de lucht in gaan. Een act met danseressen en fakkels, tot op de seconde voorgeprogrammeerd.

Eerder geprogrammeerd

Al die tijd blijft Borsboom praten door zijn hoofdtoestel. 'Ik hoef niets meer aan de vuurwerkshow te doen', zegt hij enkele minuten later, sigaretje tussen de vingers. De show is weken eerder al geprogrammeerd, en de installaties zijn de afgelopen dagen in het stadion geplaatst. 'Ik hoef alleen maar een aantal keren zo'n salvo te starten. Maar ik moet wel heel goed letten op de veiligheid. Daarom praat ik steeds met de mensen die daar op dat podium staan.'63 duizend beats later, rond zes uur de volgende ochtend, is hij klaar. Niets bijzonders voor Borsboom. Qlimax is maar één van de 100 tot 180 evenementen waar zijn werkgever Pyrofoor (ook wel: Pyro4) jaarlijks vuurwerk afsteekt.
'Defqon, Decibel. Tomorrowland in België', somt Paul Phillipsen op, de oprichter en directeur van het bedrijf dat een van de grotere is in de Nederlandse vuurwerkbranche. 'We zitten veel in Azië, Dubai en Australië. En dit jaar in de Dominicaanse Republiek, voor het festival Presidente.' Allemaal muziekevenementen, maar Phillipsen draait ook zijn hand niet om voor 'gewone' vuurwerkshows. Een aantal keren deed hij de vuurwerkshow bij het Amsterdamse botenevenement Sail, en het grote vuurwerk in de stad tijdens de jaarwisseling.

Hoewel hij leeft van show zit er aan Phillipsen geen gram glamour. Gekleed in een blauwe trui en een spijkerbroek gaat hij aan de kale houten tafel zitten, midden in de al even kale, hoge kantoorruimte onder een van de aanvliegroutes van Schiphol. Hij schenkt twee glazen vol thee en leunt afwachtend achterover. Hoe hij in dit vak verzeild raakte? 'Ik studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, hier in Amsterdam, want ik hield erg van lezen. Maar na drie jaar bleek ik juist door die studie lezen niet meer leuk te vinden, dus stopte ik met studeren. Een vriendinnetje deed aan kindertheater, en daar ben ik toen licht en geluid voor gaan doen.' Dat deed hij ook een paar jaar in het Amsterdamse Shaffy Theater.
Toen hij een eigen bedrijfje begon, bleken ondernemingen die evenementjes organiseerden daar graag vuurwerk bij te willen, dus ging Phillipsen cursussen doen. Bühnenfeuerwerk I en II, en nog meer. Hij stak vuurwerk af bij Lee Towers in Ahoy, en bij de Van den Ende-musical Cyrano de Bergerac. 'Ik heb honderden keren Danny de Munk doodgeschoten.' Telkens weer precies op tijd het zakje met rode kleurstof laten ploffen zodat Danny besmeurd met 'bloed' kon neerstorten. 'Door die musicals is onze techniek sterk verbeterd.'

De vuurwerkshow van Pyrofoor tijdens hardstylefeest Qlimax in de Gelredome.

Dance-scene

Toen de dance-industrie opkwam kreeg Phillipsen de wind vol in de zeilen. Met zijn technische kennis was hij de man om de house-evenementen van spektakel te voorzien. En toen de dance-scene de wereld veroverde, liftte hij op de golf mee. De vuurwerkramp in Enschede in 2000 leek even het einde van zijn bedrijf in te luiden. SE Fireworks, het bedrijf waarvan de voorraad een hele woonwijk van de kaart veegde, was ook zijn leverancier. 'Het was een verschrikkelijke ramp. Ik hoorde het toen ik net bij een bruiloft was waar ik vuurwerk zou afsteken, maar dat heb ik niet meer gedaan. Daar waren die mensen boos om.' Na de ramp zakte de vraag naar vuurwerk in, de regels en controles werden strenger. Daarvóór, zegt Phillipsen, kon iedereen die dat wilde vuurwerk afsteken; daarna niet meer. Vuurwerk opslaan werd nagenoeg onmogelijk. 'Voor sommige soorten vuurwerk die wij gebruiken, moest je zulke dure voorzieningen treffen, dat kon helemaal niet meer uit.' Hij huurt nu een bunker in Duitsland, net over de grens.
Phillipsen is vier vrienden kwijtgeraakt aan vuurwerkongelukken. Geen mensen die het afstaken, overigens, maar hij kent ook veel mensen die in de productie werken. 'Ik heb een paar maanden in Mexico gewerkt bij een vuurwerkfabriek. De eigenaar en ik raakten bevriend. Hij stuurde zijn zoon een paar maanden naar mij toe om het vak te leren.' Drie maanden woonde de Mexicaanse jongen bij hem in, in zijn kleine woning in Amsterdam. Het succes bleef niet uit: hij werd Mexicaans kampioen vuurwerk op muziek. Maar korte tijd later was er een vreselijk ongeluk in het fabriekje van de familie. 'De vader was 20 procent verbrand, die jongen 80 procent. Hij stierf kort daarna.'
Steeds meer instanties pleiten voor verboden, en voor het organiseren van gemeentelijke vuurwerkshows. Onlangs betitelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid de jaarwisseling als het gevaarlijkste feest van het jaar. Worden zulke vuurwerkshows een nieuwe groeimarkt? Phillipsen is er de man niet naar om onmiddellijk met beide benen in die nieuwe kansen te springen; hij houdt ze liever op de grond. 'Ik denk wel dat steeds meer gemeenten dit zullen gaan doen. Maar lang niet alle. Misschien dat rond veertig gemeenten groot genoeg zijn om er iets moois van te maken. Wij zouden daar best aan mee willen doen. We hebben mensen genoeg om op één avond in vier gemeenten zo'n show af te steken.'

Voor Jasper Borsboom zou het een vroegertje zijn, zo'n feest dat om tien over twaalf al afgelopen is.

Bron:

https://www.deondernemer.nl/nieuwsbericht/172630/dit-is-een-van-de-grootste-bedrijven-in-de-nederlandse-vuurwerkbranche